Een uiteenzetting in eigen woorden van de kunstenaar Clyde Lo A Njoe bij de Caiquétio-serie

In de jaren 80 van de vorige eeuw ging ik me intensief bezighouden met de eerste bewoners van de Caribische eilanden, waaronder ook mijn eigen geboorte-eiland Aruba, namelijk de Caiquétio-indianen.
Gaandeweg verwierf ik voldoende "know-how" om zelfs lezingen aangaande dit onderwerp te houden voor het Haags Cultureel Trefpunt, destijds geleid door de voorzitter Jhr. Calkoen. Pas in 1985 ontstaan serieuze schetsen, die heel direct verwijzen naar de complexe symboliek en beeldtaal van deze Arowakken-stam, die niet alleen de Caribische eilanden, maar ook de kust van Midden- en Zuid-Amerika gingen bewonen.
Op allerlei manieren ging ik deze fascinerende symbolentaal, - verwerkt in prachtige overleveringen en mythische verhalen -, omzetten in de taal van het visuele.
Het ging niet zozeer om authenticiteit, maar om de barrières van tijd en conditionering in eigen beeldtaal te transformeren tot beelden en ideeën die voor eenieder begrijpelijk werden. De fascinatie is in de afgelopen 20 jaar langzamerhand overgegaan in een verbijstering en afschuw waarvoor eigenlijk geen woorden en zeker geen beelden meer bestaan. Elke keer stond ik perplex van de ijzingwekkende willekeur, die kroniekschrijvers schaamteloos neerpenden in hun annalen, als het ging om de complete volksverhuizingen, verkrachtingen en moorden, die de Spanjaarden, Portugezen, Engelsen maar vooral de Hollanders en de Zeeuwen ten uitvoer brachten.
Een willekeur die er uiteindelijk toe leidde, dat nog geen vijfde van deze trotse stam overbleef, en dat in een tijdbestek van nog geen 300 jaar.

Niet al deze feiten staan vermeld in de Codex Borghia, of welke gestandaardiseerde kroniek dan ook.
Er bestaat een dynamische methode van mond- tot- mond-"geschiedschrijving", die tot op de dag van vandaag de buitenstaanders weet vast te houden in een wurgende greep.
Op subtiele wijze hebben de overlevenden in de jaren na de grote excessen hun geruïneerde gedachtengoed op allerlei ornamenten verhaald: op doodsurnen, op gebruiksvoorwerpen van allerlei aard, maar ook wat betreft hun eeuwige teleurstelling en wantrouwen in hun blanke medemens.
Onder de poëtische, paradijselijke kleurpracht van deze schilderijen schuilt een verraderlijke wereld van menselijke willekeur, dood en verderf.
Wie verder durft te kijken dan de anekdote, ontdekt zijn eigen kwetsbaarheid, maar wordt ook alert gemaakt op de morbiditeit die in ieder van ons sluimert.

Copyright ©C.R. Lo A Njoe 2004